Stengelaaltjebij Aardappelen

Schade

De stengelaaltjes die in de akkerbouw de grootste problemen veroorzaken, zijn het uienfysio en het roggefysio aaltje (Ditylenchus dipsaci).

Het roggefysio aaltje veroorzaakt ingezonken plekken op aardappelknollen en droogrot die diep in de knollen kan doordringen. De aantasting gaat in de bewaring door. Bovengronds zijn zware aantastingen zichtbaar aan planten. Ze blijven in groei achter met eventueel bladmisvormingen, verdikte bladstelen en holle stengels. Stengelaaltjes hebben 5 tot 7 cycli per jaar. Per cyclus gaat het om 500 eitjes.

Bestrijding

In het bouwplan is het onmogelijk een sluitende oplossing te vinden. Wel zijn een paar hints te geven. Als een zware aantasting is gevonden in rogge of uien, dan is vruchtopvolging met aardappelen of bieten af te raden. Het aaltje vermeerdert zich op aardappel niet sterk, maar het risico op knolaantasting is groot.

Zware grond
Hoe zwaarder de grond des te voorzichtiger men moet zijn met de terugkeer van gevoelige gewassen op percelen waar eerder problemen zijn geweest. Gerst, triticale en witlof drukken de populatie aaltjes en zijn dus goede gewassen in de vruchtwisseling. Verder is zomertarwe door de sterkere aaltjesvermindering geschikter dan wintertarwe.

Wanneer een besmetting is geconstateerd, dan is het vanwege de kans op schade in uien en aardappel beter om erwten, stamslaboon en veldboon niet langer in het bouwplan op te nemen. Deze gewassen kunnen, symptoomloos, zware besmettingen met D. dipsaci opbouwen.