logo
logo

Witte bietencysteaaltje

Schade

Percelen die zijn aangetast door het witte bietencysteaaltje (Heterodera schachtii), blijven pleksgewijs achter in groei. Bij oudere bieten is schade te herkennen aan slaphangende planten (slapende bieten). De hoofdwortel is zwak ontwikkeld en heeft veel zijwortels. Op de zijwortels zijn citroenvormige, speldenknopgrote cysten te zien. De cysten zijn eerst wit en worden later bruin.

Besmetting leidt tot opbrengstdaling. Het aaltje beïnvloedt zelden het suikergehalte en de interne kwaliteit van de suikerbiet. Wel kan door de versterkte zijwortelvorming, afhankelijk van de weersomstandigheden, de hoeveelheid grondtarra toenemen. Het witte bietencysteaaltje komt op alle grondsoorten voor. Ongeveer 40% van de suikerbietenpercelen in Nederland zijn besmet met het witte bietencysteaaltje.

In het veld is er sprake van vertraagde groei of regelmatig gevormde valplekken. Vaak zijn deze plekken ovaal van vorm. De valplek heeft in het midden kleine planten en naar buiten toe grotere planten. Het gewas sluit ook later.

Bestrijding

Gewassen die het witte bietencysteaaltje vermeerderen, zijn suiker- en voederbieten, kroten, spinazie, alle koolsoorten, koolzaad, gele mosterd (behalve resistente rassen) en een groot aantal onkruiden. Houd hier bij het opstellen van het bouwplan rekening mee.

Het IRS heeft een module ontwikkeld waarmee u het verloop van de besmetting in uw bouwplan kunt voorspellen. Klik hier voor de module.
Door op besmette percelen voorafgaand aan iedere suikerbietenteelt een grondmonsteronderzoek te doen, kunt u bepalen of het verantwoord is om bieten te verbouwen. Voer het onderzoek zo dicht mogelijk voor de teelt uit, maar wel zo lang van tevoren dat u voldoende tijd hebt om in het bouwplan te schuiven.
 

Resistente gewassen 
Een andere maatregel ter bestrijding van het witte bietencysteaaltjes is de teelt van resistente bietenrassen. Let op: witte bietencysteaaltjes resistente rassen zijn alleen resistent tegen witte bietencysteaaltjes. Ze vermeerderen gele bietencysteaaltjes dus wel.
 
De teelt van resistente rassen is het meest rendabel bij lichte en matige besmettingen. Bij zware besmettingen is de teelt van resistente groenbemesters aan te raden. Hoogresistente bladrammenas in zomerbraak geeft het beste resultaat. Maai de rammenas, om zaadvorming te voorkomen, zo hoog mogelijk af. Hergroei geeft namelijk extra aaltjessterfte.
 
Granulaten
Granulaten voorkomen schade tijdens de beginontwikkeling van bietenplanten. Daarmee legt u de basis voor een gezonde oogst. Als u het granulaat Vydate® 10G gebruikt, bestrijdt u naast het witte bietencysteaaltje ook het gele bietencysteaaltje, wortelknobbelaaltjes, vrijlevende aaltjes, bietenkevers en springstaarten. Strooi het granulaat tijdens het zaaien in de zaaivoor met een daarvoor geschikte granulaatstrooier. Dosering Vydate® 10G: 25 kg per hectare.