logo
logo

Aaltjes zijn vaak ongrijpbaar voor uientelers

De aantasting van uien door aaltjes is moeilijk voorspelbaar. Onderzoeks- en adviesinstelling HLB ontwikkelt daarom detectiemethoden voor de plantparasitaire nematoden die ook in de uienteelt een rol spelen.

Vanuit alle Nederlandse akkerbouwgebieden krijgen we van uientelers meer meldingen van schade door stengelaaltjes', meldt Egbert Schepel van HLB. 'De ervaring leert dat dit aaltje op percelen snel om zich heen kan grijpen als de omstandigheden gunstig zijn.'

Voor HLB is het stengelaaltje een voorbeeld van een bodempathogeen die moeilijk te bemonsteren is. Het laboratorium is daarom betrokken bij de aanvraag van een onderzoeksproject voor het doelgericht beheersen van stengelaaltjes, in opdracht van LTO en BO Akkerbouw.

Aaltjeswol

Met name op zware gronden kunnen stengelaaltjes in een zogeheten aaltjeswol tot twintig jaar in de bodem overleven, legt Schepel uit. Aaltjeswol bestaat uit kluwen samenklittende aaltjes in de grond. De buitenste exemplaren sterven af en vormen een beschermlaag voor hun soortgenoten.

Schepel: 'Onze focus in dit project is de detectie van niet-actieve nematoden (aaltjes). Als dat lukt, kunnen we besmettingen lokaliseren en beter inschatten wanneer een gerichte bestrijding het meest efficiënt is.'

Samen met zijn collega Geert Horlings was Schepel vorige week op een LTO-avond in Emmeloord om iets te vertellen over bodemgebonden ziekten en plagen in de uienteelt. Naast bodemschimmels als fusarium en witrot besteedden de teeltspecialisten daarbij veel aandacht aan de plantparasitaire nematoden.

Telers bewust maken

'Wij willen uientelers bewust maken van de bedreigingen vanuit de bodem', vertelt Horlings. 'In monsters zien we een toename van druk van bijvoorbeeld witrot en stengelaaltjes. Maar voor veel bodempathogenen geldt dat monitoring lastig is.'

Daarom krijgen de onderzoekers slechts een beperkt deel van werkelijke besmettingen in beeld. 'We zoeken continu naar methodieken om op het juiste moment beter te kunnen bemonsteren.'

Snelle vermeerdering

In tegenstelling tot aardappelen en suikerbieten hebben uien geen last van cysteaaltjes. 'Het gaat alleen om vrijlevende aaltjes', stelt Schepel. 'Kenmerk daarvan is de grote hoeveelheid waardplanten en de snelle vermeerdering. Ook zijn besmettingen meestal moeilijk voorspelbaar. Dat bij elkaar maakt deze aaltjes ongrijpbaar.'

Schadelijke aaltjes voor de uienteelt zijn naast de stengelaatjes (Ditylenchus spp) onder meer het wortellesieaaltje (Pratylenchus penetrans), de wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne-chitwoodi, -fallax en -naasi) en de vrijlevende wortelaaltjes (Trichodorus spp).

De meeste van deze aaltjes veroorzaken valplekken in percelen en verstoren de groei en ontwikkeling van jonge uienplantjes.

Algemene bestrijdingsmethoden zijn het gebruik van granulaat, het braakleggen van percelen, een goede onkruidbestrijding en het toepassen van natte grondontsmetting. Overigens is in de akkerbouw chemisch ontsmetten door regelgeving nauwelijks meer mogelijk.

'Bij een juiste diagnose is in een bouwplan één en ander mogelijk voor een betere beheersing van probleemaaltjes', geeft Schepel aan. 'Het heeft alles te maken met keuzes van gewassen of rassen in geval van aardappelen of groenbemesters om de vermeerdering van aaltjes te beperken. Ook kan na een goede bemonstering blijken dat bepaalde percelen gewoon niet geschikt zijn voor de uienteelt.'
 

Bron: Nieuwe Oogst

Overige berichten

HLB: onderschat AM-problematiek niet
Mengsels groenbemester drukken aaltjesbesmetting
Openheid over problemen op percelen is winst
Waarschuwing voor beheersing van aardappelmoeheid
Winnaars Vydate 10G comeback actie bekend!
Stengelaaltjes: voorkomen is beter dan bestrijden
Vydate® 10G weer verkrijgbaar
Jans Klok: “Het is goed meerdere middelen tegen aaltjes te hebben”
Aaltjes herkennen en beheersen