logo
logo

Jans Klok, Avebe, is blij dat Vydate terug is

“Het is goed meerdere middelen tegen aaltjes te hebben”


Jans Klok is binnen Avebe verantwoordelijk voor teeltverbetering. “De aardappel is onze grondstof. Uit de aardappel halen we zetmeel en eiwitten. Beide producten zijn maar in relatief kleine hoeveelheden aanwezig in de aardappel: zetmeel circa 20% en eiwit 1,5%. Deze ingrediënten willen we maximaal tot waarde brengen, om het rendement van onze leden structureel te verhogen. De waardeketen begint op het land bij onze leden. Vandaar ook dat wij de telers ondersteunen bij het optimaliseren van de oogst.”

Robuuste rassen
“We zetten in op robuuste rassen met een hoog zetmeel en eiwitgehalte. Sterke rassen die een hoge productie combineren met een goede bescherming tegen grondgebonden ziekten. Een van de bedreigingen voor onze teeltopbrengsten zijn aaltjes, zowel aardappelcystenaaltje als ook vrijlevende alen. Schadelijke aaltjes in het areaal zorgen voor een stevige daling van de kilo’s aardappelen die je kunt oogsten. En is daarmee ook van directe invloed op de inkomsten.”

Status quo doorbroken
De afgelopen jaren zijn de aardappeltelers redelijk gevrijwaard gebleven van schade door het aardappelcystenaaltje. De oorzaak hiervan is een heel gerichte rassenkeuze, die zorgt dat de populatie schadelijke aaltjes zich niet kon vermeerderen. Maar de laatste jaren lijkt daar een verandering in te komen door het voorkomen van meer virulente aaltjes.

Gaatje gevonden
Jans gaat verder: “Op sommige percelen zien we de besmetting toenemen en de opbrengst dalen. Terwijl je dat op basis van raskeuze niet mag verwachten. Nu is het zaak de bescherming op poten te zetten. Onder andere door nieuwe rassen te ontwikkelen. Het ‘probleem’ is echter dat we pas nieuwe rassen kunnen kweken als we weten waar we de planten tegen moeten beschermen. Samen met de telers en andere ketenpartijen hebben we een plan van aanpak opgesteld. Het is belangrijk dat we dit weer keren. Een toenemende aaltjespopulatie leidt onherroepelijk tot een sterke vermindering van de opbrengst.”

Granulaat toepassen
“Het plan van aanpak is opgesteld door LTO-vakgroep zetmeelaardappelen, Stichting TBM en Avebe in samenspraak met de NVWA, de telers, en de erfbetreders. De kernboodschap is: meten is weten. Bemonster het land direct na de oogst. Krijg inzicht in de besmettingsgraad en neem de noodzakelijke maatregelen. Blijkt uit bemonstering dat de besmetting hoog is, dan is het noodzakelijk in te grijpen. Een behandeling met granulaat is essentieel voor de teler die zijn opbrengst veilig wil stellen. Het granulaat helpt de aardappelplant tegen de aaltjes. Komt een aaltje in aanraking met het granulaat dan verlamt het aaltje en kan het geen schade aanbrengen aan de wortels van de plant”, aldus Jans.

Krachtig in de eerste weken
“Het granulaat kan volvelds of in rijen worden toegepast. Afhankelijk van het vastgestelde probleem, het ras, de grondsoort en het percentage organische stof in de grond moet de teler een keuze maken. Heeft de teler last van vrijlevende aaltjes dan adviseren wij een volveldstoepassing. Anders blijft de populatie zich vermeerderen en nemen de problemen alleen maar toe. Ik ben blij dat Vydate er is. Het geeft de telers keuzemogelijkheden, want elk granulaat heeft specifieke kwaliteiten. Vydate heeft bijvoorbeeld een krachtige werking in de eerste weken van de groei. Dit is belangrijk omdat de wortels dan kwetsbaar zijn. Daarnaast werkt Vydate goed tegen luizen. Zo kent elk middel zijn kwaliteiten, maar welk granulaat je ook gebruikt: zorg voor een goede inwerking in de bodem. Zorg dat het granulaat ín de grond zit en niet op de grond.”

“Ons advies is helder. Volg het plan van aanpak. Meet en weet wat je moet doen. Dien granulaat toe op het moment dat de besmetting hoog is. En als je granulaat toedient doe het dan goed. Zo voorkomen we een productiedip en winnen we tijd om nieuwe, resistente rassen te ontwikkelen”, aldus Jans Klok.

 

naar videos >        meer praktijkervaringen >