logo
logo

Noordelijk wortelknobbelaaltje

Levenscyclus

Schade

Het noordelijk wortelknobbelaaltje (Meloïdogyne hapla) is bijzonder schadelijk voor peen.
Aantasting veroorzaakt op de wortels vertakkingen. Deze ontstaan vanuit knobbels, waardoor spinnetjes ontstaan. 

 

De peen vertoont krommingen en vertakkingen met knobbels.  

Bovengronds is alleen bij hoge beginbesmettingen groeiremming te zien. Op de foto een voorbeeld van volvelds slechte groei.

De verspreiding van dit aaltje blijft beperkt tot de zand- en dalgronden.

Noordelijke wortelknobbelaaltjes hebben 2 tot 3 cycli per jaar met 300 tot 500 eitjes per cyclus.

Bestrijding

Een niet-waardplant als voorvrucht beperkt het risico op schade. Dit aaltje is zeer schadelijk op peen, aardappel, witlof, schorseneer, bieten en vlinderbloemigen. Grassen, granen en maïs vermeerderen het aaltje niet. De aaltjessterfte bij de teelt van niet-waardplanten en zwarte braak is bijzonder hoog. Het aantal aaltjes kan hierdoor in één seizoen tot 95% afnemen. Uitstel van het zaai- en planttijdstip in het voorjaar zorgt voor een sterke verlaging van de beginbesmetting.
 
Granulaten
Om het noordelijk wortelknobbelaaltje te bestrijden, kunt u granulaten volvelds toepassen of tijdens het zaaien in de zaaivoor. Het granulaat Vydate® 10G bestrijdt niet alleen het noordelijke wortelknobbelaaltje, maar ook het maïswortelknobbelaaltje, wortellesieaaltjes en vrijlevende aaltjes. Dosering van Vydate® 10G bij rijentoepassing: 10 kg per ha, gebaseerd op een rugafstand van minimaal 50 cm. Dosering van Vydate® 10G bij volveldstoepassing: 40 kg per hectare. Werk het granulaat na volvelds strooien direct onder tot een diepte van 10 tot 15 cm.

Vroege besmetting
Wanneer peen in het begin van het seizoen al vertakkingen vertoont, kan het gewas beter worden ondergewerkt. De vertakkingen zijn onherstelbaar, zodat het geen zin heeft het gewas tot aan de oogst te laten staan. Ook neemt het aantal aaltjes bij vroegtijdig onderwerken sterk af door de lange braakperiode.