logo
logo

Noordelijk wortelknobbelaaltje

Levenscyclus

Schade

Aardappelen zijn gevoelig voor schade door het noordelijk wortelknobbelaaltje (Meloïdogyne hapla). Een aangetast perceel blijft pleksgewijs in meer of mindere mate achter in groei. Aangetaste wortels vertonen de karakteristieke knobbeltjes waaruit meerdere, zeer kleine zijworteltjes groeien. Dit ziet er spinachtig uit. Het aaltje komt alleen voor op lichte zand- en dalgronden.

Noordelijke wortelknobbelaaltjes hebben 2 tot 3 cycli per jaar met 300 tot 500 eitjes per cyclus.

De aardappel is een zeer goede waardplant waarop sterke aaltjesvermeerdering plaatsvindt. Andere goede waardplanten zijn vlinderbloemigen. Niet-waardplanten zijn granen, grassen en maïs.

 

Bestrijding

Bij zwarte braak en de teelt van granen, grassen en maïs daalt de besmetting met 80 à 90% per jaar. Schade is ook goed te beperken door een grondontsmetting met fumigantia.
 
Granulaten
Het gebruik van granulaten is een effectieve manier om kwaliteitsschade te beperken. U bevordert de beginontwikkeling van de aardappelplanten, waarmee u de basis legt voor een goede opbrengst. Als u het middel Vydate® 10G gebruikt, vermindert u daarnaast ook schade door vrijlevende aaltjes, aardappelcyste- en wortellesieaaltjes. U kunt granulaten op twee manieren inzetten: volvelds voorafgaand aan het poten of tijdens het poten in de rijen.

  • Dosering van Vydate 10G bij volveldstoepassing: 20-40 kg per hectare. Strooi Vydate vlak voor of tijdens het pootklaar maken van de grond zo gelijkmatig mogelijk. Daarna direct inwerken tot een diepte van 10-15 cm.
  • Dosering Vydate® 10G bij rijenbehandeling: 10 kg per hectare. Strooi het middel in een strook van 25-30 cm in de aardappelrug met op de pootmachine gebouwde apparatuur.