logo
logo

Maïswortelknobbelaaltje

Levenscyclus

Schade

Het maïswortelknobbelaaltje (Meloïdogyne chitwoodi) is sinds midden jaren '80 in ons land bekend en het bedrieglijk maiswortelknobbelaaltje (Meloïdogyne fallax) sinds 1992. Ze lijken veel op elkaar, met als verschil dat M. fallax zich niet op maïs vermeerdert. Aantasting door deze aaltjes veroorzaakt puisterige, maar wel rechte peen. De lenticellen zwellen op tot pukkelige uitgroeisels. Vertakkingen treden zelden op. Aan de hand van het schadebeeld zijn M. chitwoodi en M. fallax niet te onderscheiden.

Maïswortelknobbelaaltje hebben 3 cycli per jaar met 200 tot 400 eitjes per cyclus.

Bestrijding

Vruchtwisseling niet of nauwelijks effectief vanwege de grote waardplantenreeks. Wel neemt het aantal maïswortelknobbelaaltjes snel af bij braaklegging van de grond gedurende langere tijd. Resistente bladrammenas de beste keuze als de teelt van een groenbemester noodzakelijk is. Verder zijn maïswortelknobbelaaltjes zeer gevoelig voor grondontsmetting met fumigantia.

Granulaten
Om maïswortelknobbelaaltjes te bestrijden, kunt u granulaten volvelds toepassen of in de zaaivoor tijdens het zaaien. Het granulaat Vydate® 10G bestrijdt niet alleen maïswortelknobbelaaltjes, maar het noordelijk wortelknobbelaaltje, wortellesieaaltjes en vrijlevende aaltjes. Dosering van Vydate® 10G bij rijentoepassing: 10 kg per ha, gebaseerd op een rugafstand van minimaal 50 cm. Dosering van Vydate 10G bij volveldstoepassing: 40 kg per hectare. Werk het granulaat na volvelds strooien direct onder tot een diepte van 10 tot 15 cm.